Nieuw-Zeeland is een bestemming van spectaculaire contrasten, waar besneeuwde bergtoppen, fjorden, uitgestrekte kustlijnen en glooiende wijngebieden elkaar afwisselen. Dankzij de ligging op het zuidelijk halfrond zijn de seizoenen tegenovergesteld aan die van Europa. De ideale reistijd hangt af van de regio's die u wilt ontdekken.
Noordereiland (Auckland, Bay of Islands, Rotorua en Coromandel)
De beste reisperiode is november t/m april. In deze maanden zijn de temperaturen aangenaam en zijn de omstandigheden ideaal voor het verkennen van bruisende steden, geothermische natuurgebieden, subtropische stranden en de beroemde wijnregio's. Ook voor wandelingen, boottochten en culturele ontmoetingen met de Māori is dit een uitstekende periode.
Zuidereiland (Milford Sound, Queenstown, Mount Cook en Abel Tasman National Park)
De beste reisperiode is november t/m maart. Tijdens de Nieuw-Zeelandse zomer zijn de dagen lang en zijn de weersomstandigheden perfect voor panoramische autoroutes, wandelingen door nationale parken, cruises door de indrukwekkende fjorden en avontuurlijke activiteiten in en rond Queenstown. Ook de meren en gletsjers laten zich in deze periode van hun mooiste kant zien.
Beste 'allround' maanden
Wilt u zowel het Noordereiland als het Zuidereiland combineren tijdens één reis, dan zijn november, december, februari en maart de ideale maanden. Het weer is dan in vrijwel het hele land aangenaam, waardoor u optimaal kunt genieten van de veelzijdige natuur, indrukwekkende landschappen, culinaire ervaringen, wijnhuizen en exclusieve lodges die Nieuw-Zeeland zo bijzonder maken.