Geplaatst op

O p uitnodiging van onze lokale partner en Four Seasons Hotels reis ik naar Thailand. Een land dat ik al langer ken als veelzijdig en warm, maar dat mij tijdens deze reis opnieuw verrast. Niet alleen door de hotels, hoe bijzonder die ook zijn, maar vooral door de afwisseling: de geur van jasmijnbloemen op de markt, het geluid van longtailboten op de Chao Phraya-rivier, de stilte tussen de rijstvelden en de zachte zeelucht op Koh Samui. Ik vertrek per trein naar Brussel en vlieg met Thai Airways rechtstreeks naar Bangkok. Vanaf 1 juli 2026 vliegt Thai Airways ook rechtstreeks vanaf Amsterdam Schiphol Airport, wat deze reis nog makkelijker maakt. Na een vlucht van circa elf uur land ik vroeg in de ochtend op Suvarnabhumi Airport, de internationale luchthaven van Bangkok. De stad is net wakker, de lucht is warm en bij de uitgang staat gids Nuna mij al op te wachten. “Sawasdee ka.” Ik ben in Thailand.

Een zachte landing in Bangkok

Mijn eerste verblijf is Four Seasons Hotel Bangkok at Chao Phraya River. Alleen de oprijlaan voelt al als een rustige overgang van de drukke stad naar een andere wereld. Binnen vallen meteen de hoge plafonds, de grote bloementorens en de spiegelende binnenvijvers op. Alles ademt ruimte en rust. Precies wat je hoopt te voelen na een lange vlucht.

Aan de rivier ligt Bangkok letterlijk aan je voeten. Boten glijden voorbij, de stad beweegt, maar in het hotel voelt het alsof de tijd iets langzamer gaat. Later bezoek ik ook Capella Bangkok, direct naast Four Seasons. Kleiner, intiemer en meer boutique van sfeer, met dezelfde prachtige ligging aan het water.

Die avond ontmoet ik de rest van de internationale groep. We beginnen met een drankje in de cocktailbar en schuiven daarna aan bij Palmier, het Franse restaurant van Four Seasons. Buiten valt de avond vroeg, zoals dat in Bangkok bijna het hele jaar gebeurt. Rond zes uur wordt de lucht donker en lichten de oevers van de rivier langzaam op.

Bloemen, tempels en kanalen

De volgende ochtend begint vroeg. Gids Katie neemt ons mee naar de bloemenmarkt, waar de kleuren bijna overweldigend zijn. Overal liggen lotusbloemen, orchideeën en jasmijnslingers. De geur is zacht en zoet, en tussen de bloemen kiezen we er één uit om mee te nemen naar Wat Pho.

Bij de tempel vertelt Katie over de boeddhabeelden die verbonden zijn aan de geboortedagen. Mijn bloem laat ik achter voor geluk. Het is een klein gebaar, maar juist daardoor voelt het bijzonder.

Het Koninklijk Paleis is die dag gesloten in verband met het overlijden van een Thaise prinses, dus wij wijken uit naar een kunstgalerie aan één van de kanalen. Daar ligt onze longtailboot klaar. We varen door smalle waterwegen, langs huizen op palen, tempels en de grote Boeddha die boven de stad uitsteekt. Bangkok laat zich vanaf het water van een heel andere kant zien: levendig, lokaal en verrassend groen.

De lunch is in een organische tuin, tussen bamboe gebouwtjes en tropisch groen. Op tafel verschijnen kleine Thaise gerechten om te delen. Pittig, fris, kruidig en precies zoals je hoopt dat Thailand smaakt.

Naar het noorden: Chiang Mai

De volgende ochtend vliegen we door naar Chiang Mai. Zodra we aankomen, voelt het tempo anders. Rustiger, groener, zachter. Na een lokale lunch rijden we naar Four Seasons Resort Chiang Mai, net buiten de stad. Bij de ingang staan waterbuffels alsof ze ons welkom heten.

Vanaf de lobby kijk ik uit over rijstvelden, palmen en heuvels. Een tropische regenbui trekt over het resort, hevig maar kort. Daarna ruikt alles fris en groen. Deze plek doet mij even aan Bali denken, maar met een heel eigen Thaise sfeer.

We eindigen de dag in de spa met een sound healing session. Terwijl de klanken langzaam door de ruimte bewegen, voel ik me helemaal tot rust komen. De wellnessmanager geeft ons daarna nog tips tegen jetlag: begin op je rechterzijde, draai bij wakker worden naar links en stap ’s ochtends eerst met je rechtervoet uit bed. Typisch zo’n detail dat je bijblijft.

’s Avonds gaan we naar de night market van Chiang Mai. Overal kraampjes, geuren, massages, geroezemoes, streetfood en souvenirs. Het is druk en kleurrijk, de vibe is fijn. Terug in het resort wacht een diner bij North, het westerse restaurant. De volgende avond staat Khao op het programma, het Thaise restaurant waarvan de naam “rijst” betekent.

Tussen jungletempels en gouden daken

De dag begint om 07.00 uur met yoga. Het is al warm op het yogadeck en sommige houdingen zijn moeilijker dan verwacht. Daarna gaan we naar de lokale markt, waar we uitleg krijgen over Thaise ingrediënten. Citroengras, limoenblad, chili, galanga; je ruikt meteen wat later in de pan belandt. Tijdens de cooking class koken we met alles wat we net hebben gezien, gevoeld en geproefd.

In de middag bezoeken we twee tempels. Eerst Wat Pha Lat, een jungletempel verscholen in het groen. Water stroomt langs stenen, monniken bewegen geruisloos over het terrein en in de verte ligt Chiang Mai onder ons. Onze gids is vroeger monnik geweest en vertelt open over die periode in zijn leven. Juist daardoor krijgt deze plek extra betekenis.

Daarna rijden we naar Wat Phra That Doi Suthep, de beroemde tempel op de berg. Met de kabelbaan gaan we omhoog en na ons bezoek dalen we via de ruim driehonderd treden weer af. Boven schittert het goud in het licht en kijken we uit over de stad. We ontvangen een blessing van een monnik en mogen vragen stellen. Een ontmoeting die nog lang blijft hangen.